Laat maar groeien

Laat maar groeien

Minder maaien, meer leven — wanneer grasland slechts twee keer per jaar gemaaid wordt, krijgen planten de kans om te bloeien en zaad te zetten. Dat is levensbelangrijk voor insecten als bijen, vlinders en kevers, die afhankelijk zijn van nectar en stuifmeel. In hun kielzog profiteren ook vogels, kleine zoogdieren en amfibieën van het toegenomen voedselaanbod.

Een bloemrijk grasland is niet alleen mooi, het is een klein ecosysteem. Te frequent maaien — drie, vier of vijf keer per jaar — leidt tot een monotone grasmat van vooral raaigras. De kleurrijke mengeling van klavers, margrieten, knoopkruid en andere wilde soorten verdwijnt, samen met de dieren die ervan afhankelijk zijn.

Het juiste moment — twee keer per jaar maaien, in juni en september, houdt de balans. Bij de eerste maaibeurt hebben planten al kunnen bloeien en insecten zich voortplanten. De tweede maaibeurt voorkomt dat dominante soorten gaan overheersen. Door het maaisel af te voeren, verschraalt de grond langzaam — dat bevordert juist de plantendiversiteit.

Een levend landschap — zo’n beheerd grasland is niet alleen ecologisch waardevol, maar ziet er ook prachtig uit, met seizoenen die elkaar afwisselen. In een tijd van afnemende biodiversiteit is minder maaien een eenvoudige, doeltreffende manier om natuurwaarde terug te brengen — zelfs op kleine schaal. Minder maaien betekent dus meer leven. Winst voor plant, dier én mens.